De geschiedenis van huize Groenenberg.

Hieronder vindt u de geschiedenis van ons huis. Dat het hierbij vooral gaat om de bewoners zal wel vlug duidelijk zijn: de akten waarin de naam van ons huis voorkomt handelen doorgaans over de mensen die het huis bewonen, het in pacht nemen. Soms is ons iets meer over hun leven of over hun functie in de abdij bekend uit andere akten, waarin ons huis niet genoemd wordt. Helaas zijn de gegevens over het huis zelf uiterst schaars, blijkbaar vond men dat in vroeger tijden niet de moeite waard om te vermelden. Slechts één gegeven is er dat meerdere malen voorkomt: Groenenberg heeft vanouds boomgaarden rond zich. Hiernaast een foto uit ca. 1905 van de boomgaard voor het huis.
Pas vanaf rond 1800, als de eerste kadastrale kaarten vervaardigd worden, hebben wij wat meer informatie over de vorm van ons huis en over het domein dat erbij hoorde. Hieronder ons huis op de kadastrale kaart van 1830. Het gebouw waar 261 naast staat is het oude gedeelte met de noordelijke uitbouw waar nu de hoofdentree is. Het gedeelte met de nieuwe conferentiekamer (vroeger eetkamer) ontbreekt nog. Het gebouw waar 40 naast staat is het vroegere koetshuis, dat later zou aangroeien tot de oude vleugel van ons huis. Duidelijk zichtbaar is ook de slotgracht (44) die het huis en een gedeelte van de tuin omgrachtte.
Allereerst iets over de naam van ons huis. Tegenwoordig wordt die geschreven als Groenenberg. In de oudste akten wordt het huis echter meestal anders gespeld: Grunenbergh, Grunenberch, Gruneberch, Gruenenborch, Gruenenberch. Waar deze naam vandaan komt is niet bekend. Ook hoe oud ons huis is weten we niet, hoewel met zekerheid vaststaat dat de geschiedenis teruggaat tot vóór 1337, en waarschijnlijk tot vóór 1320.
De naam Grunenbergh komen we in die tijd overigens ook elders tegen, zoals bijvoorbeeld in Polen waar een dorp Grünenbergh bestond, dat tegenwoordig Skrzynka heet. En in Groningen bestond al vóór 1250 een huis met de naam Groenenberg, dat echter niet meer bestaat.
In de periode van 1320 tot 1378 komen we in een zevental akten de naam van stiftskapelaan Johannes van Grunenbergh tegen, die vanaf 1329 beneficiant is van het altaar van de Heilige Andreas. Hoewel in geen enkele akte een uitdrukkelijk verband tussen deze kapelaan en ons huis gelegd wordt, is het wel aannemelijk dat zijn "familienaam" niets anders betekent dan "die op Grunenbergh woont", of "die op Groenenberg werkt". Zo komen we bijvoorbeeld in dezelfde periode van de geschiedenis in het kapittelarchief de namen tegen van onder andere Johannes van Baexem, Johannes van Corwaremme, Johannes de Brabander, Johannes van Amer, Johannes van Ubach en nog vele ander Johannes-sen, steeds met ter onderscheiding een toevoeging die doorgaans de plaats aanduidt waar ze vandaan kwamen. Ook wordt wel gesuggereerd dat deze Johannes van Grunenbergh zijn naam aan het huis heeft gegeven, maar dat lijkt mij niet erg waarschijnlijk. Hiernaast een afbeelding van het zegel van Johannes van Grunenbergh. Sorry voor de kwaliteit.
De aanwezigheid van kapelaan Johannes van Grunenbergh in Thorn gedurende de periode van 1320 - 1378, waarover ik u hierboven vertelde, is in feite een weliswaar waarschijnlijke, maar toch niet geheel zekere aanwijzing dat ons huis toen bestond. De eerste uitdrukkelijke vermelding van ons huis is in een acte uit het jaar 1337, om precies te zijn op zaterdag voor Allerheiligen, wat neerkomt op 25 oktober. Een klein gedeelte van deze acte vindt u boven deze pagina, hiernaast een klein gedeelte met middenin de naam van ons huis: grunenb(er)gh.
De toenmalige abdis van het Stift van Thorn, Margaretha van Petersheim, stichtte toen in de Stiftkerk een nieuw altaar, toegewijd aan de Heilige Matthias, apostel, en alle gelovige zielen. Als beneficie (inkomen voor de kapelaan die aan dat altaar de diensten moet verzorgen) schenkt zij een aantal goederen, waaronder huize Groenenberg met boomgaarden voor en achter het huis. In het Latijn staat er: "Mansionem nostram sitam in Thoren que vocatur Grunenbergh cum duobus pomeriis ante et retro ad hanc pertinentibus" (Ons huis gelegen in Thorn dat genoemd wordt Groenenberg met twee boomgaarden voor en achter dit bezit). Dat in deze acte de uitdrukking "Mansionem nostram" (onze woning, verblijf; waarbij "onze" vorstelijk meervoud is, dus lees: mijn woning) gebruikt wordt in plaats van het woord "domum" (huis), zou er op kunnen duiden dat Margaretha van Petersheim dit huis ook zelf bewoond heeft (als buitenhuis?). Als dat inderdaad het geval is geweest, zou men kunnen veronderstellen dat zij, als abdis, in dat huis ook een huiskapel heeft gehad. Was dan de hierboven genoemde priester Johannes van Grunenbergh als kapelaan aan die kapel verbonden? Het blijft een veronderstelling. Margaretha van Petersheim is als abdis afgetreden rond de jaarwisseling 1337/1338. Zij is overleden in 1347, en heeft dus mogelijkerwijze nog tot dat jaar op Groenenberg gewoond. De stichtingsacte is voorzien van haar zegel, identiek aan het zegel dat hiernaast is afgebeeld.
Deze schenking van ons huis aan het altaar van de heilige Matthias wordt enkele maanden later, op 19 maart 1338, door de opvolgende abdis Margaretha van Heinsberg goedgekeurd door middel van een transfixbrief, welke met haar zegel, dat hiernaast is afgebeeld, aan de stichtingsacte is vastgehecht. Ik heb deze foto's gekopieerd uit een oud boek, vandaar de slechte kwaliteit.
De eerste zekere bewoner van ons huis die wij met naam kennen is de kanunnik en rentmeester van het kapittel Marsilius van Wessem (Marsilius Waltheri, van Wesheym). We komen zijn naam tegen in een negental akten van 1368 tot 1386.
Een van die akten, gedateerd 5 september 1370 is een uitspraak van twee scheidsrechters in een zaak tussen Egidius de Trajecto, pastoor van Thorn, en, namens de abdij, Marsilius van Wessem, kanunnik van Thorn en procurator der abdij, over de tiende van een stuk akkerland te Thorn. Dit stuk land wordt omschreven als: "petia terre arabilis sita infra metas dicte ecclesie de Thoren prope rivum dicte Uteren". Het stukje grond waarvan hier sprake is zou wel eens deel zou kunnen uitmaken van ons huidige domein. De beek achter heet namelijk "Otersche beek" (rivum dicte Uteren).
In een andere akte, gedateerd 22 februari 1372 geeft Hendrik Gobbelini van Eyck, priester van het bisdom Luik en rector van het altaar der Heilige Maagd in de stiftskerk van Thorn, in erfpacht uit ten eeuwigen dage voor zich en zijn opvolgers, het huis te Thorn genaamd Grunenberch, met tuin, ooftweide (boomgaard) en andere aanhorigheden, aan de heer Marsilius Waltheri, van Wesheym, kanunnik der kerk te Thorn. Deze overeenkomst geschiedde voor zeven malder rogge te leveren in goede pachtmaat, ieder jaar op St. Andries. We mogen dus aannemen dat hij hier ook gewoond heeft.
Hiernaast de achterkant van ons huis op een foto uit ca. 1905.
Tussen 1449 en 1466 ontmoeten wij in zes akten Tilman van Gruenenborch, kanunnik, fabrieksmeester en presentiemeester van het kapittel. Ook hier geldt weer wat eerder gezegd is: hoewel er geen uitdrukkelijk verband is tussen deze kanunnik en ons huis, mogen wij aannemen dat hij zijn achternaam ontleend heeft aan het huis waar hij woonde.
In het jaar 1545 wordt huize Groenenberg nog eens terloops genoemd in een acte die handelt over andere zaken. Interessant is overigens dat in deze acte het huis genoemd wordt "Groenenborch", vrijwel hetzelfde als de naam van de hierboven genoemde kanunnik.
De volgende bewoner van Groenenberg die wij kennen is een wel zeer kleurrijke figuur. In 1561 wordt Groenenberg namelijk het huis, dat Peter van Bossenhoven, muntmeester van Thorn, als woning (en waarschijnlijk tevens munthuis) toegewezen krijgt. Over zijn leven is aardig wat bekend.
Peter van Bossenhoven was afkomstig van Maaseik waar hij is geboren tussen 1520 en 1525. Hij stond in de gichtregisters van Maaseyck als goudsmid te boek, evenals hij dat was te Maastricht in 1550. Zijn kinderen waren Maarten, Peter, Johan en Anna, die zuster werd in het Kinderklooster te Maaseyck.
Bij instructie van 18-6-1561 was Peter van Bossenhoven te Thorn aangesteld voor zes jaar. Het belangrijkste (voor ons) is hierin de bepaling omtrent het huis voor de muntmeester, dat wordt aangeduid als te hebben twee boomgaarden, maar niet met name wordt genoemd. In een afschrift in het archief met enkele losse artikelen uit deze instructie lezen we echter:
"Item geyldt gronenberch doet des jaers iiij malder rogge des syn the betaelle meyt iiij jochge daeller dy sall der munst betalle". (Idem geldt Groenenberg per jaar 4 malder rogge, welke zijn te betalen met 4 St Joachimsthalers die zal de munt(meester) betalen).
Aangezien het steeds in die tijd gebruikelijk was, dat de muntmeester woonde in het gebouw dat als munthuis dienst deed, moet dus ook wel voor Thorn worden aangenomen , dat de munt was in de woning van de muntmeester, dus op Groenenberg.
Hiernaast een afbeelding van een halve daalder, geslagen in 1563 in Thorn, dus waarschijnlijk in ons huis!
Daar Thorn zich het muntrecht had aangematigd en er bovendien qua gewicht en gehalte minderwaardig geld geslagen werd gelijkend op het betere geld van de keizer, de koning en andere vorsten (namelijk die van het Duitse rijk), werd Thorn in 1561 en 1563 voor het Rijkskamergerecht gedaagd. Peter van Bossenhoven wordt zelf in 1564 in staat van beschuldiging gesteld te Maastricht en in 1565 te Keulen in de gevangenis geworpen, maar waarschijnlijk door de protectie en het geld van de abdis en de bisschop van Luik (welke hem in 1556 zelfs een vrijgeleide verstrekte) in vrijheid gesteld.
In 1566 - 1567 was Van Bossenhoven te Luik Paymeester (ontvanger). In 1567 staakt de keizer de vervolgingen tegen Thorn.
In 1569 krijgt de abdis Margaretha van Brederode op de Probationstag (munt-beproef-dag) de toestemming Bossenhoven opnieuw te benoemen op voorwaarde dat zij zich aan de Rijks-verordeningen zal houden. Daar de abdis Van Bossenhoven niet vertrouwde benoemde ze naast deze Jan Heidenryckx als controlerend "waardijn" of als tweede muntmeester. Deze blijkt later Van Bossenhovens schoonzoon te zijn en evenmin betrouwbaar. Hiernaast een afbeelding van de voor- en achterzijde van een zgn. muntgewichtje. Deze gewichtjes dienden om het gewicht van een munt te controleren. Dit exemplaar heb ik in onze voortuin gevonden.
Op de Probationstagen in 1570, 1571 en 1572 rijzen er opnieuw ernstige klachten over de Thornse munten. In 1575 wordt Van Bossenhoven, muntmeester zijnde te Hasselt, in verband met de Thornse munt te Keulen gearresteerd, maar komt door de protectie van de bisschop van Luik weer vrij.
In 1576 blijkt graaf Frederik van de Bergh te Hedel bij Van Bossenhoven in het krijt te staan, waardoor de laatste zijn benoeming te Hedel gedaan weet te krijgen. Uit de correspondentie met deze graaf blijkt Van Bossenhoven's karakter: een onbetrouwbaar en handig opportunist, met veel gevlei en klachten over anderen. Overigens is hij vrijmoedig en gemoedelijk, en heeft een sterke drang naar zelfstandig werken. Hij blijkt overigens slecht ontwikkeld (schrift, spelling en stijl). Ook wil hij steeds direct antwoord hebben, en is dus nogal jakkerig. Hiernaast een afbeelding van voor- en achterzijde van een oud muntje dat ik hier eens gevonden heb. Wat het is en van wanneer het stamt is mij niet bekend.
Tot 1624 woonde in ons huis Lambert Reuthen, de waardijn (controlerend ambtenaar) der munt van de abdis Anna van der Marck. Lambert Reuthen was gehuwd met de adellijke Anna van der Wiel. Zij werden begraven in het koor van de parochiekerk. Op hun grafsteen werd Lambertus Reuthen genoemd "Heer van Groenenberg". Deze parochiekerk stond naast de stiftkerk, en is in de tijd van de Franse overheersing afgebroken, waarna de stiftkerk parochiekerk werd.

Omdat boven de oude hoofdingang van ons huis een wapenschild hangt met het familiewapen van de familie Manderscheidt-Blanckenheim, denken sommigen dat huize Groenenberg door de Kanunnikessen van dit geslacht bewoond is geweest. Dat zou dan zijn geweest in de jaren tussen 1647 en 1690. Hoewel historisch gezien niet helemaal zeker, is het toch niet onmogelijk dat het hier gaat over Clara-Elisabeth van Manderscheidt-Blanckenheim. Deze Kanunnikes stond bekend om haar godvruchtig leven en gulheid voor de armen. Getekend door ziekte en verlamming was zij jaren lang bedlegerig. Ook heeft zij een periode van vijf jaar gekend waarin zij vrijwel niets at. Inderdaad, een leven dat aan Marthe Robin doet denken. In haar testament spreekt zij over haar familiewapen dat na haar overlijden nog een jaar lang boven de deur van haar sterfhuis moet blijven hangen. Gaat het hier om het wapen dat bij ons boven de oude hoofdingang hangt? Hiernaast een afbeelding van het betreffende wapen met daaronder het wapen dat zich bevindt in de kapel Onder de Linden.
Een volgende bewoner van ons huis is kanunnik Jan Willem Beeren. In 1699 maakt hij zijn testament op: "In myne woonstede binnen Thorn, op het huys Groenenberg." Hij doet dit omdat hij van plan is een bedevaart naar Rome te ondernemen in het heilig jaar 1700. Deze kanunnik, een verwoed jachtliefhebber, leefde tot ongeveer 1718. Vermeldenswaard is het feit dat hij eens twee broers op visite had, Peter en Leo Beeren. Gezamenlijk waren zij op kraaien aan het schieten, toen Leo zo ongelukkig was om een raam van de abdij in te schieten. Dienaren van de abdij kwamen vervolgens de drie geweren in beslag nemen. Op een schilderstuk in de Abdijkerk te Thorn, stammend uit 1709, is het familiewapen van deze kanunnik afgebeeld, zie hiernaast.
Op hetzelfde schilderstuk bevindt zich ook een afbeelding voorstellende een zicht op Thorn, waarop het dak van Groenenberg boven de bomen uit lijkt te steken, zie hieronder. Als dit inderdaad Groenenberg is, dan is het de oudst bekende afbeelding van ons huis.
Rond 1728 is er een geschil geweest tussen abdis en kapittel (lees: kanunniken) over de jachtrechten in het grondgebied van Thorn. In getuigenverklaringen over de jachtgewoonten van kapittelleden in vroegere jaren komt de inmiddels overleden Jan-Willem Beeren meermaals voor:
Op 20 februari 1728 verklaren voor de secretaris te Kessenich en de schepenen aldaar:
De getuige Lenert Stappers: "dat hij gezien heeft de wijlen kanunnik Beeren op de jagt in Katerder Bosch, onder Grathem, soo met snaphaen en honden wel twintig reysen".
Willem Godfried Smeets te Kessenich: dat hij de kanunnik Beeren nu zestien jaren geleden heeft zien jagen "omtrent Hagerhof en Gemeenhof, alsook meermalen op de Krepperye", meermalen ook tegelijk met de jager van haar vorstelijke genade de abdis, toenmaals Peter genaamd.
Gerard Snykers, oud 35 jaren, te Kessenich: dat hij gezien heeft in februari nu omtrent tien jaren geleden "in de hoven omtrent de Ryth onder Thorn den kanonik Beeren op de jaght synde met snaphaen, honden, alsook met fret en net, garens en ander meer jagtsinstrumenten om conynen te schieten en te vangen".
Arnold Janssens, schepen te Kessenich, meldt: "dat de heer Beeren is komen jagen te Beersel onder Thorn, gezeten op een vael peerdjen, by sich hebbende een gespannen of overgetrochen fuysick, met enige by hem hebbende kleen honden, ofte spionnen ende windthonden, brengende met deselve honden een haes in syn deponents huys. Voorts dat hy den heer Beeren heeft sien jagen tot Stramproy, Beersel en elders onder het gebied van Thorn".
Gezien het groot aantal verschillende jachtinstrumenten van onze Jan-Willem mag het een wonder heten dat de konijnen niet uitgestorven zijn!
Hiernaast een jager met snaphaen (= geweer).
In het begin van de 18e eeuw is het huis eigendom van "Den Hoogh welgeboren Heere Francois Baron van Oostensteyn. In het leenregistger lezen we:
Den Hoogh welgeboren Heere Francois Baron van Oostensteyn, heere tot Groenenbergh, capitain commandant van het regiment Salal hanen (?) ten dienste van sijne keyserlijcke majesteijt - heeft krachtens erfcoop gereleveerd: het huys ende hoff gnt. Groenenbergh met op- ende dependantiën, gaerde, weyde ofte hoywas, voorts ... enz.
In 1717 woonde hier de meier en raadsheer der abdis Jan Theodoor Cramer. Deze verkoopt huize Groenenberg aan dhr. Parren.
In 1756 wordt het huis bewoont door kanunnik Maximiliaan de Fabry. Hij kocht het huis in 1755, bij het faillissement van dhr. Parren voor fl 5500,- . In deze periode blijkt huize Groenenberg te behoren tot het beneficie van het altaar van de heilige Petrus en Paulus.
Voor zover mij bekend is Maximiliaan de Fabry de eerste bewoner van ons huis waarvan ons een portret bekend is, zie hiernaast.
Het einde van een eeuwenlange geschiedenis van huize Groenenberg als leengoed van de abdij komt in het jaar 1759. In dat jaar zat de vorstin-abdis Francisca Christina van Sulzbach in geldverlegenheid, omdat ze te Baerle voor de protestantse geestelijke door de Staten Generaal der Nederlanden gedwongen werd een pastorie te bouwen. Zij verkocht daarom huize Groenenberg, dat toen werd betrokken door notaris Frische. Hiernaast een portret van deze abdis-vorstin Francisca Christina van Sulzbach. Notaris Frische moet hier maar kort gewoond hebben, want van vóór 1765 tot 1773 werd huize Groenenberg achtereenvolgens bewoond werd door twee broers, Jan Mathijs en Karel Reuthen, die na elkaar pastoor van Thorn waren.
Omdat huize Groenenberg vanaf 1759 in particuliere handen was en geen bezit meer was van de abdij, is het in de tijd van de Franse overheersing ook niet openbaar verkocht. Dat is wel het geval geweest met enkele gedeelten van ons huidige domein, met name het gedeelte achter het bejaardenhuis. Dat stuk land heet "Sterrebosch", naar een bos met een stervormig net van paden dat er vroeger was. Er zijn twee kaarten bekend waarop dit stervormige bos te zien is, hiernaast een stukje van de Tranchot-kaart uit 1806. Excuus voor de kwaliteit, deze afbeelding is gescand van een kopie.
In 1799 staat in het eerste kadastrale register het huis op de naam van Christine de Fabry, "rentenierster".
Zij is in het bezit van "een huis hebbende een etage en tien ramen aan de voorzijde", met een oppervlakte van 8 roeden, verder diverse stallen en tuinen met een oppervlakte van samen 498 roeden.
Hiervoor moet zij in totaal een belasting betalen van 45 francs.
Dit werd als volgt berekend:

Kadastraal register d.d. 14 & 15 Germinal an 7 (= 3 en 4 april 1799).
Nr. 3 (= Groenenberg): Christine de Fabry, rentière.
Oppervlakte:
Une Maison ayant une Etage et 10 croiseés de face (een huis met etage en 10 (kruis)ramen in de voorgevel): 8 roeden
Section de Tilleuls (gedeelte met lindebomen), Basse Cour et etables (binnenplaats en stallen): 10 roeden
Jardin potager (groententuin): 40 roeden
Jardin anglois (Engelse tuin): 200 roeden
Le Verger (boomgaard) 230 roeden
Totaal: 498 roeden


Belasting voor het huis 27 francs, voor de rest 18 francs. Samen 45 francs.

Opmerking 1: Een roede is een oude oppervlaktemaat die niet overal dezelfde grootte had, en kan variëren van 11 tot 50 m2.
Opmerking 2: Lange tijd was het gebruikelijk dat huisnummers gelijk waren aan de kadastrale nummers. Nog tot na de tweede wereldoorlog had Groenenberg huisnummer 3.
In 1813 komt het huis Groenenberg in handen van Henri Louis Nogarède, van beroep "commisaire de guerre". Waarschijnlijk heeft hij huize Groenenberg niet of tenminste niet permanent bewoond, als zijn woonplaats geeft de kadastrale legger namelijk Maastricht, en hij is overleden in Chooz in de Ardennen. Hierna komt Groenenberg in bezit van notaris Theodoor Theelen, wiens interessante collectie schilderijen (portretten van abdissen, kanunnikessen en kanunniken) nog te Thorn zijn, te weten op de pastorie en in het kerkmuseum. In het begin van de 19e eeuw was huize Groenenberg omgeven door een slotgracht, wat wij weten van de eerste kadastrale kaarten van rond 1830. Deze slotgracht was via een sloot verbonden met de Otersche beek, dat is de beek achter ons domein. Bovendien was er nog een gracht van het hek bij de ingang, langs de oprijlaan tot aan de Waterstraat, en daarlangs tot aan de beek die achter ons huis stroomt.
Het is in de periode tussen 1830 en 1864 dat de slotgracht rond huize Groenenberg is gedempt. Op de bijbladen vanaf 1864 bij het kadastraal minuutplan komt de slotgracht namelijk niet meer voor (zie afbeelding hiernaast: bijblad uit 1884). De sloot die de slotgracht met de beek verbond is echter pas veel later, na de tweede wereldoorlog gedempt.
Van vóór 1884 tot 1906 woonde in ons huis de familie Walker-Cremer, afkomstig uit Middelburg. Deze familie heeft veel in, aan en om het huis veranderd. Het interieur van het oude gedeelte (de oude hal met de monumentale trap en de marmer-beschildering op de muren, en de sierplafonds in diverse kamers) stammen uit de periode dat deze familie hier woonde. Ook de serre stamt uit deze tijd. Naast de aankoop van diverse stukken grond, waardoor het domein rond ons huis al aardig zijn huidige grootte kreeg, is ook in de tuinaanleg nog de hand van deze familie te zien. De oude knotkastanjes (er is er nu nog één van over) langs de oprit zijn door hen geplant. Ook langs de Waterstraat plantten zij knotkastanjes (in 1891), welke inmiddels alle zijn verdwenen. De laatste ziet u hiernaast, gefotografeerd in 2004.
Bij deze familie was inwonende Martha Förster, gravin van Killmorey uit Engeland afkomstig, welke er nog tot haar overlijden op 6 mei 1908 bleef wonen. Deze gravin is de eerste bewoner van wie wij een tweetal foto's hebben. Hiernaast een ervan: zittend in een stoel met haar hond aan haar voeten. Linksonder ziet u nog juist de drempel van de oude hoofdingang.

Tussen 1906 en 1913 was Groenenberg eigendom van Louis Driessen, burgemeester van Maaseik. Van 1908 tot 1913 verhuurde hij het huis aan de marechaussee, welke het als kazerne gebruikte.
In 1913 werd het huis Groenenberg gekocht door de Zusters van Maria Opdracht, met de bedoeling er een bejaardenhuis te vestigen. Op 13 mei 1913 kwamen de eerste drie zusters met paard en wagen vanuit België aan: Moeder Tecla, zuster Julienne en zuster Justine. Aan de grens hadden zij twee uur oponthoud gehad omdat de grenspost tijdens het middaguur gesloten was. Ook douaneambtenaren hebben rust nodig! Voor de paar potten en pannen die zij bij zich hadden moesten ze nog invoerrechten betalen ook. In Thorn troffen zij een huis aan dat van buiten een leuk kasteeltje was, maar van binnen danig onderkomen. Met veel inspanning en hulp van buurtbewoners werd het huis op orde gebracht. Ondanks de beperkte middelen en het onverwachte uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kon in 1914 begonnen worden met het opnemen van de eerste bejaarden. Tijdens die Eerste Wereldoorlog werd overigens een gedeelte van ons huis gebruikt als militair hospitaal. Hiernaast een foto uit het album van de zusters, getiteld: "Werksters van het eerste uur".
Al in 1913 begonnen de zusters, door het aankopen van een koe, met het begin van een boerderij om zoveel mogelijk in eigen behoeften te voorzien. Ook de bejaarden moesten, zoveel zij konden, hier helpen.
De periode tussen de twee wereldoorlogen was voor de Zusters van Maria Opdracht een tijd van uitbreiding. Er werden twee bouwprojekten gerealiseerd.
De eerste was in 1919. Het voor het hoofdgebouw staande koetshuis werd omgebouwd tot bejaardenvleugel. Voor de voorkant van het gebouw was dit een ingrijpende verandering. Hiernaast een foto uit de periode na die eerste verbouwing, genomen vanuit de boomgaard.
Het tweede bouwprojekt van de zusters vond plaats in 1938. Een aantal aanbouwtjes die de verbinding vormden tussen bejaardenvleugel en hoofdgebouw werd afgebroken en vervangen door het hoekgebouw dat wij nu kennen. Hier is nu o.a. de huidige conferentiekamer. Hiermee kreeg het huis het aanzicht dat wij tot voor kort kenden. Na onze nieuwbouw van 2009 - 2010 is het zicht op het huis weer grondig veranderd!
De tweede wereldoorlog zijn de zusters goed doorgekomen. Vermeldenswaard is dat er diverse onderduikers in ons huis zijn opgenomen. Wel is er aan het einde van de oorlog, kort na de bevrijding toen Thorn in de frontlinie lag, een granaat ingeslagen. Deze is gelukkig niet ontploft, zodat de schade gering was. De bejaarden waren toen overigens geëvacueerd naar Maaseik, slechts enkele zusters waren in ons huis aanwezig, waar toen Engelse soldaten ingekwartierd waren.

In 1963 waren de zusters 50 jaar in Thorn, wat groot gevierd werd. Omdat er toen plannen waren voor de bouw van een nieuwe kapel, werd er door de Gemeente Thorn een glas-in-loodraam aangeboden. Omdat die nieuwe kapel er nooit is gekomen, werd ook het raam nooit gemaakt. Het ontwerp is wel bewaard gebleven en bevindt zich nog in ons huis. U ziet het hiernaast.
Een zuster wandelt met een bejaarde achter het huis. Beeld van de zorg die er aan deze mensen besteed werd. In de loop der jaren werden er door de zusters ruim 470 bejaarden op Groenenberg verzorgd. Op de foto ziet u ook dat er nog een klein gebouwtje voor de garages heeft gestaan. Door de zusters werd dit als mortuarium gebruikt. Het is echter al lang geleden afgebroken, maar de fundamenten bevinden zich nog onder het grind.
Door gebrek aan roepingen en gebrek aan geld om het huis bij de tijd te houden waren de zusters genoodzaakt om de zorg voor de bejaarden uit handen te geven. Begin jaren '70 werd een nieuw bejaardenhuis gebouwd naast Groenenberg. De zusters zijn nog tot eind 1981 op Groenenberg blijven wonen, toen werd het huis gekocht door de Foyer de Charité. Deze was in Nederland gesticht in 1976, in het Brabantse Keldonk. Vijf jaar was de Foyer daar gevestigd in een huurhuis, waarna Groenenberg in Thorn gekocht kon worden. Hiernaast een foto van Groenenberg zoals het eruit zag in 1981. U ziet dat slechts een klein gedeelte van het huis wit was.
Toen de Foyer in 1981 Groenenberg kocht, was het door jarenlang achterstallig onderhoud danig onderkomen. De eerste jaren werden dan ook vooral getekend door veel onderhoudswerk. De muren werden gewit, waardoor het gebouw meer één geheel werd. Veel ramen werden vervangen, andere nieuw geschilderd. De dakbedekking van de vleugel werd vervangen, ook de verwarmingsketels en de serre. In alle kamers werd een wasbak geplaatst, enzovoorts. Veel van die dingen lopen niet erg in het oog, maar het gebouw is er flink door verbeterd. Na een interne verbouwing in 2003 komen we dan bij de grote nieuwbouw in de jaren 2009-2011, waarmee ons huis zijn huidige gedaante gekregen heeft. Hieronder een viertal foto's van ons huis. Eerst de voorzijde, voor en na de nieuwbouw. Genomen vanaf bijna dezelfde plaats. Een flink verschil.



En de achterzijde, voor en na de nieuwbouw:

En hiermee eindig ik dit verhaal over de geschiedenis van ons huis.
Maar er valt nog wel het een en ander te bekijken:
Meer en grotere foto's vindt u in het album met oude foto's en prentbriefkaarten:
Oude foto's en prentbriefkaarten  
Meer en grotere kadastrale kaarten vindt u in het album kaarten:
Oude kadastrale kaarten